(Handruder)
(Handruder)
-
van enen hancroeder 4 den. ende 1 hantroeder 2 den. ende van een doerbalkeden scepe 8 den.1335/6 TijdschrRG. 12 (1933) 151 [tot des kleinst klasse behoort het schip, dat bestuurd wordt door een los roeder, dat in de hand woedt gehouden TijdschrRG. 12 (1933) 155]
-
von einem schiffe mit einem hangenden roder ... 5 pfenninck colsche, von einem schiffe mit einem handtroder 3 pfenninck1382 Rheinland/GrW. I 830 Faksimile